De ideale montagehoogte van je sonar transducer op de spiegel van een rubberboot
Een sonar transducer die verkeerd hangt, betekent een leeg dieptemeter-scherm en frustratie op het water. Je boot spiegelt het wateroppervlak en de romp heeft een specifieke vorm, waardoor je niet zomaar overal kunt plakken.
De juiste montagehoogte op de spiegel van je rubberboot is het verschil tussen visdetectie en geluidsgolven die simpelweg wegvliegen. Je wilt geen geld verspillen aan dure sonar die niet werkt door een simpele montagefout.
Waarom de montagehoogte van de transducer cruciaal is
Stel je voor: je boot vaart met twintig kilometer per uur en je transducer hangt te diep. Dan ontstaat er turbulentie direct op het oppervlak van de sensor.
Het sonarsignaal stuurt dan vooral ruis terug, in plaats van harde objecten zoals een snoekbaars of een zandbank. Dit signaalverlies door turbulentie is de grootste vijand van elke visser. Een ander risico is schade bij ondieptes.
Als je transducer te ver onder de spiegel uitsteekt, blesseer je hem bij het aanmeren of in ondiepe bochten.
Je loopt dan het risico dat de behuizing breekt en de electronica nat wordt. Een transducer montagehoogte die net boven de diepste rand van de romp zweeft, is de ideale balans tussen bescherming en prestatie. Denk ook aan de waterlijn.
Wanneer je boot stil ligt, hangt de transducer diep genoeg. Maar zodra je vaart, kruipt de neus omhoog en daalt de spiegel.
Zonder de juiste hoogte verliest de sensor continu contact met het water.
De turbulentie sonar zorgt ervoor dat je beeld op een dieptemeter continu vervaagt.
De waterlijn en de onderkant van de spiegel bepalen
De basis van een goede installatie is het uitlijnen met de romp. Je moet weten waar de waterlijn loopt wanneer de boot volgeladen is met visserij-spullen.
Bij een rubberboot is de drukverdeling anders dan bij een polyester boot.
Je wilt dat de transducer in de ‘skimmer’ positie hangt: net onder de waterlijn zonder dat hij lucht oppakt. Om de positie te vinden, vul je de boot met je standaard gewicht (inclusief motor en accu’s). Teken de waterlijn af op de spiegel met watervast potlood.
De onderkant van de transducer moet ongeveer halverwege de dikte van de spiegelrand hangen. Als je spiegel 10 cm dik is, steekt de sensor ongeveer 5 cm onder de onderkant uit.
Dit voorkomt luchtinsluiting en zorgt voor een stabiele verbinding met het water. Gebruik een waterpas om te controleren of de spiegel waterpas staat ten opzichte van het wateroppervlak. Een rubberboot is flexibel, dus test dit met een beetje gewicht in de boot. De transducer uitlijnen met de romp betekent dat je hem parallel aan de waterlijn monteert, niet schuin.
De juiste hoek (tilt) van de transducer instellen
Veel vismakers denken dat een transducer perfect waterpas moet staan, maar dat klopt niet helemaal. Als je boot vaart, helt hij licht achterover.
Je moet de transducer zo instellen dat hij bij vaarsnelheid waterpas ligt. Meestal betekent dit dat je de neus iets omhoog tilt wanneer de boot stil ligt. Gebruik een waterpas op de sonar sensor zelf.
Bij lage snelheden (vissen met een elektromotor) wil je dat de sensor bijna waterpas hangt.
Bij hogere snelheden met een buitenboordmotor tilt de boot automatisch. Een hoek van 2 tot 5 graden is vaak genoeg. Te veel hoek zorgt ervoor dat het signaal de bodem mist; te weinig geeft luchtbelletjes langs de sensor. Test dit op het water.
Vaar stapvoets en kijk naar je dieptemeter. Als het beeld stabiel is, zit de hoek goed.
Als het beeld wegvalt of de diepte springt, moet je de hoek iets aanpassen. Het is een kwestie van kleine aanpassingen maken totdat het beeld vloeiend is.
Afstand tot de buitenboordmotor of elektromotor
Propellers en elektromotoren veroorzaken veel storing. De propeller maakt een werveling die direct onder de spiegel een vacuüm trekt.
Plaats de transducer minimaal 38 cm (15 inch) van de propeller om cavitatie en signaalstoring te voorkomen.
Als je transducer in deze zone hangt, verliest hij contact met het water. Om dit te voorkomen, moet je een minimale afstand aanhouden tot de motor. Wanneer je een buitenboordmotor gebruikt, monteer je de transducer aan de stuurboordkant (rechterkant). De neerwaartse slag van de propeller aan die kant veroorzaakt minder turbulentie dan de opwaartse slag aan de bakboordzijde.
Bij elektromotoren is de turbulentie minder heftig, maar een afstand van 20 cm is nog steeds aan te raden. Let op dat je geen metalen delen tussen de transducer en de motor plaatst.
Een roer of motorsteun kan het signaal blokkeren. Kabels moeten netjes weggewerkt worden zodat ze niet langs de motor schuren.
Montagesystemen voor rubberboten zonder vaste spiegel
Niet elke rubberboot heeft een harde spiegel. Sommige opblaasboten hebben alleen een PVC-rand.
Hiervoor bestaan speciale montagesystemen. Een populair systeem is een lijmpad van marine kit, zoals Sikaflex 291. Je lijmt een plaatje op de spiegel en schroeft daar de transducerhouder op vast. Een andere optie is een spanband systeem.
Dit is een flexibele houder die je om de bovenbuis van de rubberboot spant. Dit is ideaal voor boten waar je niet wilt boren.
Een voorbeeld is de Railblaza Mount, die rond de 40 euro kost.
Deze systemen zijn stevig genoeg voor de meeste sonarsensors tot 200 watt. Wil je een vaste oplossing? Dan is een transducer houder rubberboot met RVS klemmen ideaal.
Veelgestelde vragen
Deze kosten tussen de 25 en 50 euro en zijn in hoogte verstelbaar. Zorg dat je bij lijmpaden het oppervlak eerst ontvet met alcohol.
Druk de houder 24 uur aan om een waterdichte verbinding te garanderen. Deze vragen horen we elke week terugkomen in de viscommunity. Hieronder vind je de antwoorden die je direct kunt toepassen.
- Hoe diep moet een transducer in het water hangen?
De helft van de transducer moet net onder de onderste rand van de spiegel uitkomen, zodat hij in 'schoon' water glijdt zonder te veel weerstand. Hangt hij te diep? Dan ontstaat er zuiging en weerstand. - Waarom verlies ik het sonarsignaal als ik hard vaar?
Dit komt meestal doordat de transducer te hoog is gemonteerd, waardoor hij bij hogere snelheden uit het water komt of in de turbulente luchtbellenlaag terechtkomt. Verlaag de positie of verhoog de vaarsnelheid om te testen. - Aan welke kant van de motor moet de transducer?
Monteer de transducer aan de stuurboordkant (rechterkant) van de motor, omdat de neerwaartse slag van de propeller daar de minste turbulentie veroorzaakt. - Moet de transducer perfect waterpas staan?
Ja, de transducer moet waterpas staan ten opzichte van de waterlijn wanneer de boot op de vis-snelheid vaart, niet wanneer hij op de trailer staat. - Kan ik gaten boren in de spiegel van mijn rubberboot?
Ja, maar zorg ervoor dat je de gaten goed afdicht met marine kit (zoals Sikaflex) om te voorkomen dat het hout in de spiegel gaat rotten.
Praktische tips voor een stabiel beeld
Begin met een testrit zonder te vissen. Neem je dieptemeter mee en kijk naar de getallen terwijl je vaart.
Als de diepte constant blijft, zit je goed. Wissel tussen lage en hoge snelheden om te zien of de transducer blijft plakken. Investeer in een goede houder.
Een losse sensor die met tape vastzit, zal vroeg of laat loslaten.
Kies voor een RVS of kunststof houder die bestand is tegen zout water en UV-licht. Prijzen liggen tussen de 20 en 60 euro, afhankelijk van het merk. Controleer regelmatig de bekabeling. Rubberboten bewegen veel en kabels slijten sneller dan in een vaste boot.
Gebruik kabelbinders om de kabel vast te zetten aan de spiegel, maar niet te strak om beschadiging te voorkomen. Als je twijfelt over de positie, vraag dan advies bij een lokale hengelsportwinkel. Zij hebben vaak een boot op het water getest en weten precies waar de transducer het beste hangt voor jouw specifieke bootmodel.
